Uncharted Lands
Verslag van een onvergetelijke reis door de Scoresby Sund in Oost-Groenland.
Voor de tweede keer naar Groenland!
Mijn derde op fotografie gerichte reis in 2025 stond snel voor de deur. Op 1 september vloog ik via Brussel naar Keflavik en daarna via Reykjavik Domestic Airport in een klein vliegtuigje naar Constable Point, in het oosten van Groenland. Tot dan toe op mijzelf aangewezen, ontmoette ik op deze kleine luchthaven voor het eerst mijn medereizigers. 31 mensen in totaal, verdeeld over drie boten: de Hildur (mijn boot), de Ópal en de Tilvera. Dat lijkt een grote groep, maar in feite kom je elkaar niet meer tegen en vormden de acht medereizigers van de Hildur en de vier crewleden mijn nieuwe familie voor de komende week.
Leuk was de ontmoeting op de luchthaven met Raymond Hoffmann, mijn photoguide tijdens mijn eerste reis naar Groenland in 2022, waar wij in Illullisat in het westen van Groenland vijf dagen rondzeilden in de Disko Bay. Alsof toeval niet bestaat, zou zijn vrouw Sigga, de kapitein zijn op de Hildur, en Raymond kwam naar de luchthaven om voor haar wat koffie en kleding mee te geven. Wat was het leuk hem weer even te spreken.
De luchthaven van Constable Point (voor zover je van een luchthaven kan spreken) heet officieel Nerlerit Inaat Airport. Het bestaat uit een gravelbaan voor opstijgen en landen, met een twee kilometer lange zandweg naar de baai, waar schepen kunnen ankeren. Er staat een aantal houten barakken, één dient als hotel om in geval van nood gestrande reizigers op te vangen (en laat ik, wat ik toen nog niet wist, daar één van gaan zijn), een ander huisvest de terminal en een derde heeft kantoorruimte en een kantine. Constable Point bedient de nederzetting Ittoqqortoormiit (‘de plaats met de grote huizen’), 45 km ten zuidwesten gelegen, een dorpje met 350 inwoners en het meest afgelegen dorp ter wereld. Wegen ernaar toe zijn er niet; Ittoqqortoormitt kan vanaf Constable Point in de zomer bereikt worden per boot (5 uur varen), in de winter per snowmobiel of gedurende het hele jaar per helikopter.
Het weer in Constable Point was niet al te best. Gelet op de gravelbaan en het zand waarover het vliegtuig moet rijden, is bij regen de kans op vluchtannulatie groot. Het wordt dan te drassig. We hebben geluk gehad dat wij die dag het één na laatste toestel waren dat mocht landen, waarna de luchthaven voor een aantal dagen gesloten werd.
Nadat we geland waren, ging de tocht per voet over de zandweg richting de boten. Zodiacs brachten bagage en reizigers aan boord. Tijdens de safety briefing werd een aangepast vaarplan gedeeld. Om het slechte weer en de storm langs de Volquart Boons Coast te vermijden, zouden wij deze week de route andersom maken en Ittoqqortoormiit aan het eind van de reis bezoeken. Het anker werd gehesen en we begonnen aan onze eerste vaart: de Hurry Inlet uit, richting de Hall Bredning, alwaar we ten zuidwesten van Jameson Land laat in de avond ankerden. Het was meteen duidelijk: ik zat op een zeilreis, met alles wat daar bijhoort, inclusief harde wind op volle zee.. Het werd zeker geen pleziervaartje over vlak water.
Dag twee brak aan en begon vroeg. Een lange tocht naar de Bear Islands stond op het schema, waarbij wij gelukkig telkens voor de ons achtervolgende regen uit bleven zeilen. Afstanden in de Scoresby Sund zijn bedrieglijk groot. Het was zeker elf uur varen. Nu kwamen ook na de open zee de eerste bergen en het landschap van de Scoresby Sund in zicht, alsmede de vele ijsbergen. Wat schitterend.
Op een luwe plek tussen de Bear Islands werd geankerd en konden wij met de zodiac aan wal om de benen te strekken en de Bear Islands te voet te verkennen.
Zoals je op de foto kunt zien, draagt de expeditieleider ten alle tijden een geweer met zich mee, want overal hier is het territorium van de ijsbeer. Dat betekent dus: niet wegdwalen van de groep en bij het naderen van heuvelranden wachten totdat de expeditieleider sein veilig heeft gegeven.
Naar de derde dag keek ik enorm uit. We gingen zeilen door het adembenemend mooie Øfjord, omgeven door de op sommige plekken wel twee kilometer hoge rotswanden van Renland en Milne Land. Het weer was ons gunstig gezind, waarbij laaghangende bewolking zorgde voor mooie mistflarden. Ditmaal bleken er veel meer ijsbergen in het Øfjord aanwezig dan in andere weken, wat mooie kansen bood. Voor mij persoonlijk was dit het mooiste gedeelte van de reis, temeer daar wij een groot deel van de route optrokken met de schooner Ópal, hetgeen een geweldig foto-onderwerp bood. We stopten bij enkele mooie ijsbergen en gletsjers.
Het Øfjord bood ook een uitgelezen kans om de drone de lucht in te sturen.
Ankerplaats was het Harefjord, waar bij uitzondering alle drie de boten aan elkaar gemeerd werden en we over en weer aan elkaar een bezoek konden brengen. Aldaar zagen we ook de eerste muskoxen, in vegetatie die al prachtige herfstkleuren had aangenomen.
De volgende ochtend gingen we eerst met de zodiac aan land voor een verfrissende ochtendwandeling. De herfstkleuren waren prachtig, sommige vegetatie was felrood. We troffen er eveneens het karkas van een muskox aan.
Daarna werd er bij een naastgelegen waterval eerst water ingeladen. Alhoewel de Hildur een waterontziltingsmachine aan boord heeft en zo zeewater kan omzetten in zoet (drinkbaar) water, vullen de andere schepen Ópal en Tilvera hun tanks met water van de gletsjers. Hildur heeft echter ook een extra watervat op dek, die meteen werd afgevuld. Water hier is zo schoon en helder, dat het ongezuiverd drinkbaar is. Daarna startte de sail door het Rødefjord richting Røde eiland.
Heel Oost-Groenland heeft een interessant geologische geschiedenis. die 3 miljard jaar terug gaat. De botsing van de Euraziatische en Noord-Amerikaanse platen heeft het oosten van Groenland, met zijn hoge gebergten, gevormd. Het hele gebied lag toen niet ver van de evenaar. Hier was het klimaat warm en niet droog, en werd ijzeroxide gevormd, genaamd hematite., dat een roodbruine kleur heeft. Dit is terug te zien in de Rødefjord en op Røde eiland, die aan deze rode sedimentatie hun naam danken..
De monding van de Rødefjord is gevuld met ijsbergen die afkomstig zijn van het Vestfjord. De ijsbergen lopen vast bij Røde eiland, en vormen hier een ijsbergenkerkhof. Bij aankomst bij Røde eiland was er, nèt voor donker, tijd om helemaal naar boven te hiken, met uitzicht over alle ijsbergen.
De volgende ochtend maakten we een zodiac tour. Niet zonder gevaar, want met oorverdovend geluid stortte soms een torenhoge ijsberg in of kiepte er eentje om, wat een beangstigend idee was en ook voor hoge golven zorgde. Toen we met de zodiac weer richting de geankerde Hildur kwamen, graasde er tegen de bergwand een muskox. Met de motor van de zodiac uit, paddelden we er zachtjes heen en konden we hem (of haar?) goed fotograferen, totdat hij ons in de gaten had en snel de benen nam.
Verder ging de tocht door het Føhnfjord, met zijn 900 meter hoge klifmuren aan beide zijden. De tocht zelf was, inmiddels een beetje gewend aan en verwend door de schitterende landschappen, niet al te spectaculair, totdat we aan het einde een prachtige boogvormige ijsberg zagen. Hier moest natuurlijk gedroned worden, en dat heeft een aantal leuke foto’s opgeleverd.
Ankerplaats was het natuurlijk gevormde Hekla-Havn, waarbij we de gelegenheid hadden bij een voor het eerst echt kleurende zonsondergang een oude Inuit nederzetting te bezoeken en het winterkamp van de eerste wetenschappelijke expeditie naar de Scoresby Sund, meer dan 100 jaar geleden. De eerste tekenen van menselijke aanwezigheid, na al die dagen. Een vreemde gewaarwording!
De volgende ochtend, de zesde alweer, ging het anker om 04:30 uur omhoog. Een lange dag zeilen lag voor de boeg, naar de Volquart Boons kust, met zwart gebergte ditmaals, richting de gigantische Sol Glacier. Vanaf daar een lange oversteek naar Ittoqqortoormiit. We stevenden af op een gebied met storm en regen. Langs de Volquart Boons kust tot aan de Sol Glacier was het aanvankelijk nog prima te doen. De Ópal zette alle zeilen op en dat was natuurlijk fantastisch om te zien en te fotograferen, al was het zicht beperkt en heiig, wat natuurlijk jammer was.
Aangekomen bij de Sol Glacier regende het inmiddels, wat het vliegen met de drone helaas niet mogelijk maakte. Toch fotografeerde ik er mijn meest favoriete beeld van de reis (zie bovenaan dit blog).
Helaas begon daarna de lange oversteek door storm en sterke stroming naar Ittoqqootormiit, waar we in het donker aankwamen. Ik heb van de overtocht zelf niet veel meegekregen, aangezien ik heel erg zeeziek werd en dat de volgende twee dagen zou blijven. Ook de nacht in de storm was niet te doen. De Hildur werd alle kanten op gesmeten en slapen en een beetje tot rust komen van de zeeziekte was er nauwelijks bij. Ittoqqootormiit kon onder deze omstandigheden ook niet bezocht worden. In de middag zou de storm iets afnemen, waarop we dus wachtten, zodat de laatste vaart richting Constable Point misschien iets minder heftig zou verlopen, maar helaas. De storm hield aan en er was geen andere keus dan toch maar te gaan.
Gewoonlijk wordt de laatste nacht ook op de boot doorgebracht, maar dat was in dit geval niet verstandig. De crew trad in contact met de luchthaven, en voor ons werden kamers in de houten barakken en de naastgelegen containers in gereedheid gebracht. We maakten rond 23:00 uur met de zodiac in storm en donker, met alle bagage, de oversteek naar Constable Point, en kwamen na twee kilometer lopen rond middernacht op de luchthaven aan. De Hildur vertrok diezelfde nacht rond 04:00 uur om op open zee te geraken en de twee dagen durende terugtocht naar Husavik in het noorden van IJsland te maken. Ik mag gerust stellen dat ik hen niet benijdde en blij was voet op land te hebben. Een heftig einde van een verder onvergetelijk mooie reis met hele fijne medereizigers, waarvoor ik heel dankbaar ben!